De uitzondering
Waar ik mij dus steeds meer aan erger is de ‘terloopse regel’ in de politieke vergaderingen en in stukken. Het en-passant nog wat toevoegen. Alsof het small-talk is, maar het is alles behalve small-talk. In de politiek is zo’n gesmoorde regel meestal een bom, verpakt in een ondoorzichtig taalmoment: “Oh ja, nog één dingetje…”. En dan wordt er een dreigend extra gat van 3 miljoen euro aangekondigd terwijl iedereen zijn tas aan het inpakken is, zoals laatst in de commissie Grond in Geldermalsen. Of het valt onder de categorie ‘ouwe-jongens-krentebrood’: “tussen jou en mij gezwegen” (of ‘gezegd’ al naar gelang uit welke provincie men komt) en dan ontploft het wel weer op Twitter of in de krant, maar het kwaad is geschied en ik erger mij daar aan. De meest irritante terloopse regels, zijn die regels, die er ‘automatisch’, zeg maar helemaal vanzelf, in komen te staan, quasi onschuldig en goed bedoeld of vergeten, maar ondertussen. In Geldermalsen zit zo’n regel standaard in het verslag als het gaat om de aanbestedingen: “De genoemde aanbestedingsvoordelen laten zich overigens niet één op één vertalen naar een financieel voordeel in de begroting”. “En waarom dan niet?”, vraag ik dan telkens in zo’n vergadering en dan volgt een belofte of een voorbehoud. En in dat voorbehoud zit het venijn. Het laat iets zien. Het legt het besturingsmodel bloot, het …
